Veel Nederlandse wielrenners starten komend weekeinde of een week erop aan hun wielerseizoen 2026. Terwijl in Nederland de vrije klassieker Dwars door Drenthe op 28 februari al de opener is van het seizoen, beginnen een dag later in het Belgische Brussel-Opwijk zowel de Men U23 Road Series en de Women Cycling Series. In beide competities staan al snel ook Nederlandse wedstrijden op de rol. Een week later begint de Toekomstcup met de Omloop van de Veenkoloniën en de tijdrit in Biddinghuizen.
Brussel-Opwijk is op zondag 1 maart de opener van de beloftencompetitie (U23 Road Series) en de reeks voor clubvrouwen (Women Cycling Series) die de KNWU organiseert samen met Belgian Cycling. Voor de beloften staan komende maand ook nog twee Nederlandse wedstrijden op de rol met een heel ander karakter: de Ronde van Limburg door de heuvels en de Wim Hendriks Trofee door het vlakke Zeeuwse land. De laatste wedstrijd is er ook voor clubvrouwen. In beide reeksen wisten de afgelopen jaren de nodige renners te excelleren die later naar het profpeloton doorstroomden zoals Jarno Widar, Huub Artz en Pepijn Reinderink bij de mannen en Florien Bolks, Vera Tieleman en Jony van den Eijnden bij de vrouwen. Waarmee de competities bewijzen niet alleen een mooie uitbreiding van het wedstrijdaanbod voor beide categorieën te zijn, maar ook een broedplaats voor talent.
Foto's: BrusselOpwijkMedia
Veel variatie in Toekomstcup
Datzelfde geldt uiteraard ook voor de Toekomstcup, die in het weekeinde van 7 en 8 maart start met een dubbel weekend. Eerst wordt de Omloop van de Veenkoloniën verreden op zaterdag, waarmee de reeks een klassieker terug op de kalender plaatst die door gebrek aan politiebegeleiding definitief verloren leek. De dag erop worden er tijdritkwaliteiten gevraagd in de rit tegen de klok in Biddinghuizen. De Schwalbe – Liv Toekomstcup voor junior-vrouwen en nieuweling-meisjes en de Giant – Schwalbe Toekomstcup voor nieuwelingen en junioren bestaat in 2026 uit veertien wedstrijden. Met de toevoeging van een aantal nieuwkomers – waaronder een baanwedstrijd ter afsluiting – wordt er nog meer van het allround vermogen van de deelnemers aan de Toekomstcup gevraagd in 2026.
Opnieuw is ook gezorgd voor een geografische spreiding over het land: van Noord-Holland en Groningen tot Zeeuws-Vlaanderen en het uiterste zuiden van Limburg, en overal daartussen, wordt gekoerst door de wielertalenten U17 en U19. Wie in de voetsporen van de winnaars van 2025 Imke Menting (nieuweling-meisjes), Sven Dijkman (nieuwelingen), Maureen Abma (junior-vrouwen) en Thomas Monkelbaan (junioren) wil treden, zal over de nodige veelzijdigheid moeten beschikken. Zoals uit de voeten kunnen in vlakke wedstrijden waar het in waaiers uiteen zal slaan of waar gesprint wordt voor de punten. Maar tijdritkwaliteiten worden ook gevraagd, en klimmers komen eveneens aan hun trekken.
Naar Exloo, Zwolle en Rucphen
Het zijn niet alleen de competitiewedstrijden die voor wedstrijdhectiek zorgen de komende tijd. Zo is na Dwars door Drenthe op zondag 1 maart de Kasseienomloop van Exloo op zoek naar een opvolger voor Coen Vermeltfoort bij de elite en is er ook een juniorenklassieker voorzien in het Drentse dorp. En een week later zijn de eerste internationale wedstrijden van de Nederlandse kalender aan de beurt met de Salverda Bouw Ster van Zwolle en de Dorpenomloop van Rucphen. De Kalas Topcompetitie voor junioren en vrouwen en de gelijknamige clubcompetitie beginnen net als de Holland Cup in april.